geschiedenis van het kraslot
Krasloten, ook wel bekend als kraskaarten, zijn biljetten waarop meerdere vakjes bedekt zijn met een kraslaag bestaande uit een speciaal soort metaalfolie. Achter deze laag staan cijfers en/of symbolen bedrukt. Door de kraslaag weg te krassen worden de cijfers en/of symbolen zichtbaar. De getallen en/of symbolen moeten een winnende combinatie vormen. Je weet direct of je een prijs gewonnen hebt. Geldprijzen onder de honderd euro kun je direct innen bij het betreffende verkooppunt. De hoofdprijs van een kraslot is gemiddeld honderdduizend euro. De krasloten zijn er in diverse varianten: de thema’s, afbeeldingen en de te winnen bedragen of prijzen verschillen namelijk onderling.
De geschiedenis van het kraslot
Het kraslot werd in de jaren ’70 uitgevonden door de Amerikaanse computerwetenschapper John Koza en marketingspecialist Daniel Bower. Koza en Bower richtten in 1973 de Scientific Games Corporation op. Hun eerste klant was de Massachusetts Lottery Commission. Een speler van de Massachusetts Lotery moest zes getallen kiezen om vervolgens enkele dagen te wachten totdat de winnaars bekend werden gemaakt. John Koza en Daniel Bower merkten op dat iedereen hunkerde naar een onmiddellijke beloning. Zo kwamen ze op het idee van het kraslot: je koopt een kraskaart, krast de beschermlaag open en je ziet direct of je wel of niet in het bezit bent van een winnend lot. John Koza ontwikkelde een algoritme waarmee de kraslotresultaten gegarandeerd willekeurig waren. Bower zorgde ervoor dat de krasloten aantrekkelijk werden voor het grote publiek. Dankzij de krasloten stegen de opbrengsten van de Massachusetts Lotery van één miljoen dollar per week tot 2,7 miljoen dollar.
De kraskaarten kwamen vervolgens vrij snel op de markt in onder meer New York, Illinois, Michigan en Maryland. Het overgrote deel van de loterijen in de Verenigde Stagen heeft tegenwoordig één of meerdere soorten krasloten in haar assortiment.











